Doop (sacrament)

Christelijke toegangsritueel met water tot een geloofsgemeenschap / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Het doopsel of de doop is binnen het christendom het sacrament van de christelijke initiatie. De dopeling wordt overgoten met doopwater of erin ondergedompeld. Daarbij wordt vaak de doopformule uitgesproken: "Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest", volgens Mattheüs 28:19. Door de doop noemt men zich christen; volgeling van Christus, maar volgens anderen moet men christen zijn voordat men gedoopt kan worden, omdat de doop volgt op bekering. In sommige protestantse gemeenten geeft de doop toegang tot de andere sacramenten, zoals het avondmaal.

De doop van Jezus Christus door Johannes de Doper
De doop van Augustinus
Doopvont op Gotland
Kinderdoop door besprenkeling
Volwassenendoop met onderdompeling
Doopkaarsen
Doopspuit voor foetussen waarvan men dacht dat ze de geboorte niet zouden overleven. Dit instrument, dat door vroedvrouwen kon worden gebruikt voor een nooddoop, verspreidde zich vanaf de 18e eeuw en bleef in gebruik tot de 20e.

Het doopsel wordt wederzijds door verschillende grote kerkgenootschappen erkend.[1]