Tankstation

wordt gebruikt voor gelegenheden die vooral benzine, smeeroliën en andere artikelen verkopen voor motorvoertuigen, bijvoorbeeld banden en accu's, en die vaak ook kleinschalige reparaties uitvoeren / Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Een tankstation, benzinestation of pompstation is een plaats waar bestuurders van gemotoriseerde voertuigen hun brandstof bij kunnen vullen. Bijna alle tankstations beschikken over benzines, zoals euro 95 of 98 en diesel. Op veel plaatsen kan autogas (lpg) getankt worden. Sinds circa 2005 zijn er tankstations voor aardgas, biogas, hcng, waterstofgas[1] en biobrandstof in opkomst. Elektrische voertuigen kunnen via een oplaadpunt opgeladen worden.

Een bediend tankstation in Japan. Let op de (praktische) manier waarmee de tankslangen zijn opgeborgen, namelijk hangend vanuit het dak
Tankstation van Shell in Koblenz-Metternich

Van oudsher zorgde een pompbediende voor het vullen van de tank, zodat de automobilist zelfs niet zijn auto uit hoefde. De meeste tankstations in Nederland werken thans met zelfbediening, dus zonder pompbediende, waarbij de klant zelf zijn brandstof tankt en vervolgens in het winkeltje aan de kassa afrekent.

Meestal vindt men bij de benzinepomp een emmer zeepsop om de ruiten schoon te maken en een luchtpomp voor de banden. Toen er nog een pompbediende was, maakte hij, terwijl de tank gevuld werd, de ruiten schoon, wat een fooi kon opleveren.

Veel tankstations zijn voorzien van winkels waar men autobenodigdheden, rookwaar, speelgoed, snoep en dranken en andere dingen voor onderweg kan kopen. Deze winkeltjes hebben zich in veel gevallen ontwikkeld tot mini-supermarkten, met in het assortiment opwarmmaaltijden en ander voedsel, salades, dranken en buiten Nederland zelfs alcoholische drank. Via een systeem van zegels of punten kan men bij de aankoop van brandstof sparen voor cadeaus. Tankstations behalen een significant deel van hun omzet uit deze winkels, die over het algemeen weliswaar prijziger maar wel dag en nacht open zijn.

Vanaf circa 2000 is het onbemande tankstation in opkomst, waar de klant met een pinpas, bankkaart of kredietkaart kan betalen. Doordat de exploitant niet hoeft te investeren in een winkel en personeel, is de brandstof bij deze stations doorgaans goedkoper. Bij onbemande stations is geen lpg verkrijgbaar.

Zakelijke rijders kunnen hun aankopen betalen met een zogenoemde tankkaart of tankpas, vaak voor rekening van de werkgever. Die krijgt dan periodiek een factuur met een gedetailleerd overzicht van de tankbeurten van alle tankkaarten binnen de onderneming. Bij het tanken voert de gebruiker een kilometerstand in, waarmee men het verbruik per auto kan opvolgen.

Om overvallen en tankpiraterij (tanken en vervolgens wegrijden zonder te betalen) te voorkomen, zijn de meeste tankstations uitgerust met camerabewaking.

In Nederland bezitten de grote oliemaatschappijen (met als marktleider Shell) het merendeel van de tankstations. Daarnaast zijn er tankstations die merkloze (goedkope) brandstof leveren; zo'n tankstation noemt men een witte pomp.

Tankstations langs doorgaande auto(snel)wegen zijn doorgaans gesitueerd op een verzorgingsplaats. In dit geval is het tankstation soms gecombineerd met een restaurant, een (betaald) toilet, of een motel.